Met deze vriend nam ik nooit eerder de trein. We stappen in. De eerste coupé is redelijk vol en we zoeken verder. Ineens staat hij stil en kijkt mij aan. ‘Dat is niks voor jou, hè?’ Hij wijst naar een bordje boven de coupédeur. Schaterlachend loop ik door – nee, niks voor mij.