Naar een voetbalwedstrijd kijken, vind ik vooral rustgevend. De grote groene grasmat laat mijn gedachten vanzelf afdwalen. Tijdens een rondleiding met de vijftienjarige in het Feyenoordstadion gebeurt het tegenovergestelde – ik sta aan.
‘Allereerst wil ik weten wat voor vlees ik in de kuip heb,’ trapt rondleider Ben af. Iedereen blijkt uit de buurt te komen en hij vervolgt: ‘Ik kan dus alles zeggen.’
Een tienjarige vraagt hij: ‘Hoe schrijf je Feyenoord?’ Ben legt uit: ‘Sinds de jaren zestig schrijf je onze club met een y, daarvoor met een ij. Buiten Nederland kent men de ij niet en daarom zijn we het met een y gaan schrijven.’
Er hangen warmtelampen om het gras sneller te laten groeien. Is het langer dan 2 cm dan komt de maaimachine, zo’n vier keer in de week. Al tien jaar is de grasmat als beste verkozen tijdens de eredivisie. Dan bedenk ik om met de vijftienjarige te gaan lunchen, dat ik nog tandpasta moet kopen en …